Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie (EU) gaat terug tot 1957. Het oorspronkelijke doel van het GLB was boeren een redelijk inkomen te bieden. Consumenten moesten verzekerd zijn van voldoende voedsel. Concreet kregen producenten van landbouwproducten voor hun producten gegarandeerde minimumprijzen. Overschotten werden opgekocht. In het begin was dit beleid zeer succesvol, maar het botste al snel tegen zijn limieten aan: grote overschotten en uit de hand lopende budgettaire kosten. Dit heeft geleid tot een aantal hervormingen.

Vandaag de dag bestaat het GLB uit 2 pijlers. Onder pijler 1 vallen de Inkomensondersteuning en het Markt- en prijsbeleid. Onder pijler 2 valt het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP)

Pijler 1: Inkomensondersteuning en markt- en prijsbeleid

Inkomensondersteuning

Een belangrijk deel van het GLB bestaat uit inkomenstoeslagen. Dat betekent dat boeren geld krijgen uit Brussel als aanvulling op hun agrarische inkomen. In het huidige GLB heeft deze ondersteuning de vorm van betalingsrechten, een vast bedrag per hectare. Sinds 2014 is vergroening verplicht voor iedereen die de basisbetaling wil ontvangen. De basisbetaling en de vergroeningstoeslag zijn met elkaar verbonden.

Markt- en prijsbeleid

De EU voert een markt- en prijsbeleid om ervoor te zorgen dat de prijzen voor landbouwproducten niet te veel schommelen. Het markt- en prijsbeleid is het traditionele instrument van het GLB. Markt- en prijsbeleid wordt steeds minder gebruikt. Het is vervangen door inkomensondersteuning. Ook moesten de klassieke markt ondersteunende maatregelen, zoals exportrestituties, worden afgebouwd vanwege de regels van de World Trade Organization (WTO).

Pijler 2: Plattelandsontwikkeling

Sinds 2000 maakt het Europees fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) deel uit van het GLB. De Nederlandse uitwerking van het Europese Plattelandsontwikkelingsprogramma is uitgewerkt in een nationaal programma. De Nederlandse uitwerking hiervan is het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP). Binnen het POP is er ruimte voor de lidstaten om – binnen de Europese kaders – een eigen invulling te geven aan het plattelandsbeleid. Daar staat tegenover dat de EU alleen subsidies uitkeert als Nederland daar ook zelf geld tegenover zet voor het platteland (cofinanciering).

Meer informatie op de website Toekomst GLB.